Debat op school: in gesprek met Janny van der Veen

DELEN VIA

Janny van der Veen (64) is docente Nederlands op het Segbroek College in Den Haag, waar ze inmiddels al 24 (!) jaar werkt. In die jaren is er veel veranderd, zo ook de rol van debatonderwijs op haar school. Deze groeide en groeide, met als ultieme kers op de taart dat het (debuterende) debatteam van het Segbroek College onder leiding van Janny en haar collega Joeri Jacobs afgelopen schooljaar het ‘NK Debatteren vmbo’ won. We spraken haar over de waarde van debatteren op school.

Vertel Janny, hoe ben je op het Segbroek terechtgekomen?

“Ik kom oorspronkelijk uit Friesland, daar ben ik ooit als eerste docent begonnen met het vak ‘Fries’ op school. Na twee jaar lesgeven  verhuisde ik met mijn man naar Overijssel, omdat hij daar werk gevonden had. Daar ging ik Nederlands geven op verschillende scholen, maar na drie jaar verhuisden we weer vanwege zijn werk. Dit keer naar Naaldwijk, in het Westland. Destijds, we praten over meer dan twintig jaar geleden, had een getrouwde vrouw een ‘volgplicht’ volgens de wet. Je kreeg dan een uitkering, op voorwaarde dat je je inschreef bij het arbeidsbureau. Zodoende schreef ik me op 1 september 1998 in en een halve dag later kreeg ik een telefoontje van de directeur van het Segbroek of ik daar aan de slag wilde als docent Nederlands. Hij was stomverbaasd dat er überhaupt nog niemand anders had gebeld. Het lerarentekort is dus niet alleen van deze tijd…”

Werd er al gedebatteerd op het Segbroek toen je daar begon?

“Ja, maar alleen op het havo/vwo. Ik debatteerde ook in de klas, maar dat was meer discussiëren zonder echte structuur . Maar ik vond het heel leuk om te doen. Na een paar jaar ging ik lesgeven op de mavo, nu het vmbo, maar daar werd nog helemaal niet gedebatteerd. Bij havo/vwo was het al een vast onderdeel binnen het examenprogramma, maar bij het vmbo is dat pas drie jaar geleden gebeurd: in schooljaar 2018-2019. Dat was op initiatief van Fonds 1818 en Stichting Nederlands Debat Instituut. Fonds 1818 zorgde voor de financiering en jullie voor de debatexpertise. Ik heb toen samen met mijn collega Joeri, docent Maatschappijleer bij ons, een docentenopleiding debatteren gevolgd bij jullie. Dat was enorm nuttig en voor ons echt een eyeopener om ook op het vmbo te gaan debatteren. Leerlingen hebben er zo ontzettend veel aan.”

Hoe zijn volgens jou jongeren gebaat bij debatteren?

“Wij zagen op school een groot verschil tussen havo/vwo en vmbo in spreekvaardigheid. Die is vaak beter ontwikkeld op havo/vwo en dat terwijl ieder kind gebaat is bij het hebben van goede spreekvaardigheid. En debatteren is een goede manier om daarmee aan de slag te gaan. Niet alleen op havo/vwo, maar misschien juist wel op het vmbo. Vandaar dat we als school nu vol inzetten op debat, op alle onderwijsniveaus. Dat vergroot hun zelfvertrouwen, geeft ze tools om hun mening te onderbouwen met goede argumenten en dus om overtuigender te spreken.

En wat ik persoonlijk heel waardevol vind is dat ze door debatteren als het ware gedwongen worden om zorgvuldiger te luisteren naar andermans mening. Met de Freeze & Go vorm* die wij gebruiken leren ze dat heel goed. Ik wil ze ook graag stimuleren om nieuwsgierig te blijven naar elkaars ideeën, maar dat is een stuk moeilijker.”

Hoe probeer je toch die nieuwsgierigheid te stimuleren?

“Door in teamverband te debatteren in de klas. Met een grote klas is het lastiger, maar je kunt je klas natuurlijk opdelen in groepjes, en die moeten vervolgens samen argumenten gaan bedenken en met elkaar overleggen. En ik merkte dat onze deelname aan het NK Debatteren vmbo (voorheen VMBO Debattoernooi) ook enorm hielp. Daar moeten ze van drie verschillende stellingen, en dus onderwerpen, de voor- en tegenargumenten opzoeken. Dan wordt die nieuwsgierigheid echt gestimuleerd.”

Waarom vind je het belangrijk om die nieuwsgierigheid te stimuleren?

“Mensen luisteren tegenwoordig niet meer naar elkaar. Ze zijn alleen maar bezig met hun eigen standpunt, daarom is het zo belangrijk om te leren luisteren. Én misschien zelfs op een ander idee te komen daardoor. Daar hebben jongeren zoveel profijt van later, en de maatschappij ook. Ik vind immers dat het onderwijs in dienst staat van die maatschappij.”

Jij bent enthousiast over debat, maar is dat ook zo bij je leerlingen?

“Nee, niet alle leerlingen zijn even enthousiast uiteraard, maar als je het überhaupt niet aandraagt dan weet je het nooit. Niet geschoten is altijd mis zeg ik altijd. Joeri en ik integreren debat nu bij Maatschappijleer en Nederlands en dat gaat heel goed. Ik laat mijn leerlingen bijvoorbeeld oefenen met openingsspeeches. Dan moeten ze zich verdiepen in een specifiek onderwerp en verschillende argumenten inbrengen. Ze worden inhoudelijk uitgedaagd én oefenen  tegelijkertijd hun spreekvaardigheid voor een groep.”

En wat doe je als een leerling niet mee wil doen?

“Heel veel kinderen willen wel, maar durven zich niet uit te spreken. Spreken voor een groep blijft vaak gewoon spannend. Sommige leerlingen durven niet alleen door de kantine te lopen, laat staan voor een groep speechen. Het is soms wel lastig om die leerlingen er ook bij te betrekken. Ik probeer altijd zo’n veilig mogelijke omgeving te creëren en uiteindelijk durft bijna iedereen te spreken. En als ze écht niet durven, dan laat ik ze vaak argumenten opschrijven. Ik vind dat debatteren, en dus ook spreken voor een groep, vrijwillig moet blijven. Ik ga leerlingen niet dwingen. Als docent moet je ook een bepaalde veiligheid kunnen garanderen. Dus kap het op tijd af als er bijvoorbeeld iets naars gezegd wordt, maar ga daar wel over in gesprek. Wat kun je wel en niet zeggen tegen elkaar?

En het is nu natuurlijk ook opgenomen in het curriculum bij ons in de derde klas als examenvak. Ik maak veel gebruik van jullie gratis lessen, bijvoorbeeld de LessonUp die jullie laatst deelden in jullie lestipmail. Dat soort lessen helpen enorm om het concreet te maken. Ik laat ook vaak voorbeelden zien die op jullie YouTube-account staan. Die filmpjes helpen ook om mijn leerlingen te enthousiasmeren. En niet alleen leerlingen, het laat ook gewoon zien hoe zo’n debat werkt. Best handig als je wil beginnen met debatteren in je klas denk ik. Ik ben er in ieder geval heel blij mee.”

Heb je nog tips voor andere vmbo-docenten die willen starten met debat in hun klas?

“Ik ben begonnen met het ballondebat. De leerlingen kiezen een personage met allerhande (overdreven, extreme) vaardigheden, waarmee ze hun voordeel kunnen doen en daardoor spelen ze niet zichzelf. Dat zorgt ervoor dat ze zich veiliger voelen om hun verhaal te doen. Zij moeten dus beargumenteren, vanuit de gekozen rol, waarom zij in de luchtballon mogen blijven en de ander niet. Of specifiek waarom de ander eruit moet. Maar ze krijgen daarvoor wel de tijd om zich voor te bereiden en argumenten te bedenken. Dan staan ze al gelijk een stuk zelfverzekerder voor de klas als ze beginnen.”

Wil je, net als Janny, aan de slag met debat op school? Neem eens een kijkje op onze ‘Start met debat’ pagina. Of neem gerust contact met ons op als je even wil sparren.

*Het Freeze & Go format is door ons ontwikkeld en combineert het meer laagdrempelige Lagerhuis-debat met speeches van twee minuten. Deze debatvorm is daarom geschikt voor zowel beginnende, als gevorderde debaters.

Wist je dat we trainingen aanbieden aan docenten? Bekijk ze hier!

Debattraining

TRAINING VOOR LEERLINGEN/STUDENTEN

Debattraining

Onze debattrainingen in de klas – gegeven door jonge, enthousiaste en ervaren trainers – bestaan uit een korte uitleg en veel debatteren.

Start met debat - Waarom debatteren

DOE MEE!

Start nu met debat

Ben je al begonnen met debatteren in de klas? Wij geven drie tips om nu te starten met debatteren!